De dood

Er komt een man van boven de 80 in de sauna zitten.
‘Ik ga vanavond in plaats van morgen, want er is iets heel verdrietigs gebeurt. Mijn dochter gaat morgen naar een hospice’
Ik kijk hem aan. 
‘Wow, is ze zo ziek?’ 
‘Ja. Het is verschrikkelijk. 4 maanden geleden ontdekten ze iets bij haar rib. Ik dacht eerst nog: dat loopt wel los. Maar nu… nu ik er zo over praat moet ik er bijna van huilen’ 
Al mijn compassie gaat aan. Ik luister met volle aandacht. 
In zijn verhaal zit zo’n diepe liefde voor zijn dochter verscholen.
‘Als ik kon kiezen mocht ze mijn leven hebben. Ik ben toch al 86. En tuurlijk, als de dood dichterbij komt is iedereen bang. Dat wel.’
Soms zwijgt hij en dan praat hij verder. Ik kan toch niet veel zeggen, want hij is nagenoeg doof, merk ik al snel.
Ik sta op om er uit te gaan. Daar zit ie, zo kwetsbaar en broos. Niets kunnen dan je overgeven.
‘Wie weet is er wel een ander leven hierna…’ zeg ik wat voorzichtig, maar hard genoeg dat hij het hoort.
‘Ja, katholieken geloven dat. En moslims ook. En in sommige landen vieren ze een groot feest als iemand dood is.’ 
We gaan beide glimmen en hij zegt: ‘misschien zou ik dat ook moeten doen’
‘Ik geloof niet in een ander leven. Wel geloof ik dat de moleculen altijd blijven. Dat ze de grond in gaan en weer iets anders worden.’
Zijn ogen gaan weer glimmen en hij kijkt me even aan, terwijl ik daar sta met mijn handdoekje voor.
‘Misschien wordt ze wel een radijsje. Of een meloen’ zegt hij.
We lachen. Ik pak zijn hand.
‘Dag, tot de volgende keer’
‘Ja. Tot kijk hè.’ Hij knijpt nog even, en in die grip voel ik zijn laatste grip nog aan het leven.